5. aug, 2022

Mot vangen

Het was een kalme serene vrijdagmiddag. Door het raam dat open stond blies een koel briesje. Eindelijk wat verkoeling na een aantal warme, zeer warme dagen. Het Vrolijke Driespan deed het rustig aan. Iedereen was op zijn of haar favoriete plekje. Bel boven op de zware eiken kast, Bonneke in het holletje van de katten-jungle jim en vrouw lag doezelend op de bank, nog moe van de te korte plakkerige nachten. Een zucht van verlichting ontsnapte aan haar lippen. Eindelijk frisse lucht en open gordijnen. Dat was de afgelopen dagen wel anders geweest.

Terwijl ze genoot van het briesje op haar huid en de geluiden die van buiten naar binnendreven, de kolonie roekjes die een aantal maanden geleden in haar buurtje waren neergestreken maakten zich ergens druk over, kwam er een slaperige Bon binnen.
“ Mew” klonk het als begroeting, "He Bonneke lieve schat ben je wakker?” de kleine man antwoorde met een kort “Mew” en waggelde richting bank. 

Plots hield hij zijn pas in en keek strak naar de kattenboom, een en al aandacht. Een nerveus bibberig “Mew” klonk. Allerte ogen, snorharen naar voren en een blik gefixeerd op èèn plek. Uit de poezenkamer klonk een zachte plof.

Als een bliksemschicht vloog Beltain de huiskamer binnen rakelings langs een verbaasde Bon. In een sprong zat ze boven in de kattenboom. In de hoek fladderde iets bruins, een mot! Bon stond klaar om te springen maar hield in. Vlijmscherpe nagels klauwden in de lucht, ogen gefixeerd en met maar een doel. Het ging zo snel. Bel sprong van de hoogste etage in de boom, die rijkte tot het plafond, op de smalle vensterbank precies tussen de orchidee en het zelfgemaakte windlichtje.

In een seconde stond ook vrouw bij de vensterbank. Daar kon ze nog net het beeld waar ze zo van hield en dat ze van haar ouders had georven weggrissen. “Zullen we die maar even wegzetten?” zei ze bedaard. Bel hoorde haar nog niet eens die vloog, gevolgd door Bon, naar de keuken. Plof! Afwas die op de aanrecht stond rinkelde…weer een plof en nog een. Vrouw wist dat ze tegen het balkonraam sprong.

Toen vrouw de keuken binnenkwam verdween net het laatste vleugeltje van de nachtvlinder tussen de smakkende lippen van Bel.

“Mew” zei Bon en keek zijn zus bewonderend aan. “Prrr” antwoorde Bel en verdween statig, staart om hoog en op hoge poten naar haar plek boven op de kast.

De serene rust in de kleine flat was weer teruggekeerd.


©